reis rond de wereld


maandag, mei 19, 2003
Dag 255, Puno, Peru
Ook Bolivie ligt ondertussen al achter de rug. La Paz was vooral heel erg slecht voor de conditie. De stad ligt dan al op 3500 meter hoog en dan verpesten duizenden oude auto´s en bussen nog het laatste restje zuurstof dat er in de lucht zit. In de tweeeneenhalve dag dat we er waren hebben we enkel kunnen genieten van het Coca-museum. Voor de rest lagen we voornamelijk in bed kabel-tv te kijken, naar lucht te happen en te bekomen van een serieuze verkoudheid gekoppeld aan wat maag- en darmstoornissen.
Onze laatste stop in Bolivie was gelukkig meer geslaagd. Alhoewel we fysiek nog niet echt je dat zijn, hebben we in Copacabana aan het Titicaca-meer (zie foto) een leuke driedaagse doorgebracht. Een van de belangrijkste redenen daarvan was ongetwijfeld ons hotel La Cupula. Ideaal om op adem te komen.
Vandaag dan de grens over naar Peru. Eerst een minibus in voor tien minuten (opschrift vooraan de bus ´alleen Jezus kan je van de drugs houden´), dan even discussieren met de Boliviaanse grensbeambte (´Jullie hebben geen toeristenkaart?´ ´Inderdaad, alhoewel we er aan de Braziliaans-Boliviaanse kant uitdrukkelijk om gevraagd hadden´ ´Alle, ´t is goe voor ene keer´ Andere toeristen die we al gehoord hadden waren er minder goedkoop vanaf gekomen).
Over bureaucratie gesproken. De afgelopen dagen hebben we hier ook een bewijs proberen te regelen omdat we afgelopen zondag niet zijn kunnen gaan stemmen.
Deel 1: de Belgische ambassade in La Paz
De mevrouw die de telefoon opnam begroette me in het Spaans. Toen ik mijn uitleg in het Nederlands begon, vroeg ze of ik geen Spaans of Frans kon spreken. Dat kon, maar aangezien het niet echt politiek correct is, had ik een tegenvoorstel. Als ik het nu eens in het Nederlands zei, dan mocht zei best in het Frans antwoorden. Zo geschiedde. Totdat ik mijn vraag gesteld had. Toen ging ze toch even iemand anders roepen. Die wist niet beters te zeggen dan dat we maandag maar op de ambassade in La Paz moesten verschijnen. Dat we toen al ettelijke honderden kilometers verderop zaten, kon hem kennelijk niet echt schelen. Toen vervolgens de verbinding verbroken werd, hadden we dan ook geen zin meer om terug te bellen.
Deel 2: De politie in Copacabana
De plaatselijke Titicaca-cops bleken zondagvoormiddag niet thuis. Enkele uren later waren er wel twee op post. We legden onze zaak uit, waarop de chef zijn biezen pakte en ons alleen liet met de onderchef. Die begon met ons te vertellen hoeveel geluk we wel niet hadden. Want, zo verklaarde hij plechtig, normaal moet een advocaat zoiets opstellen. Maar omdat het zondag was werkten die niet. Geen probleem echter, de politie zou ons wel uit de nood helpen. Alhoewel ze daarmee volgens hem een ´risico´ liepen. Waarmee hij eigenlijk wilde zeggen dat er bibbergeld aan te pas zou komen. Wij vriendelijk gezegd dat hij heel erg bedankt was, maar dat we alles nog eens zouden bekijken.
Deel 3: De mail naar bevolking@leuven.be
Waarin we ons relaas nog maar deden. Voorlopig nog geen antwoord gekregen. We houden jullie op de hoogte.

Terug naar de Boliviaans-Peruviaanse grens. Onze eerste Peruviaanse taxi was meteen de moeite. Een oude Amerikaanse bak met vooraan in plaats van een Mercedes-ster een heuse mini-straaljager. Nadien de bommelbus op naar Puno en dan met de fietstaxi richting hotel. De trapper van dienst stond helemaal onder het zweet toen hij zijn (en vooral onze) bestemming bereikte. Of het een truuk was om een fooi los te krijgen, laten we in het midden. Maar het is hem in elk geval wel gelukt.
Morgen trekken we door naar Cusco waar we beginnen aan Operatie Recuperatie. En dat zal meer dan nodig zijn als we ons volgend hoogtepunt hier tot een goed eindpunt willen brengen: de vierdaagse trek naar Machu Pichu. Voorlopig puffen we allebei al als we een trap op moeten, dus er is nog serieus wat werk aan de winkel.